Sitemap
Print
RSS

Het Zuidpoolgebied in 10 vragen

 

1. Wie zag Antarctica als eerste? 

Dirk Gerritszoon Pomp

De Nederlandse kapitein Dirk Gerritszoon Pomp en zijn bemanning, in 1600. Pomp was met De Blijde Boodschap plus vijf andere schepen op weg naar de Stille Oceaan via de Straat van Magelhaen en raakte door een storm uit koers. Zijn scheepslogboek is verloren gegaan, maar een tijdgenoot van hem beschreef zijn ontdekking en noemde die de Dirk Gerritsz Archipel. Waarschijnlijk heeft Pomp de Zuidelijke Shetlandeilanden gezien, al wordt zijn ontdekking door buitenlandse bronnen betwist.
“…soo verre Suytwaerts ghedreven namelijck op vier en tsestich graden besuyden de Straet op die hoochte wesende sach int Suyden leggen heel hooch Bergachtigh landt, vol Sneeus, als het Landt van Noorweghen heel wit bedekt.”
 
Het Zuidpoolgebied bestaat uit continentaal Antarctica – met daarop de Zuidpool, het Antarctisch Schiereiland (de hoorn ten zuiden van Zuid-Amerika) en een ring van Antarctische en sub-Antarctische eilanden.
 
 
2. Hoe is het weer op Antarctica? 

Extreem

Het weer in Antarctica is ronduit verschrikkelijk, vooral in de winter (als het bij ons zomer is). Antarctica is het koudste, en winderigste continent op aarde. De gemiddelde zomertemperatuur in het binnenland is -40 en in de winter -68 graden Celcius, met uitschieters tot min 80 graden! De gemiddelde (!) windkracht aan de oostkust is acht tot negen beaufort. Dat betekent dus dat een normale dag stevig storm. De hoogste windsnelheid die ze hier ooit hebben gemeten is 327 kilometer per uur: het wereldrecord. De temperatuur aan de randen van Antarctica is wel een stuk milder. Daar is het in de winter gemiddeld ‘maar’ een graad of twintig onder nul en in de zomer komt de gemiddelde temperatuur boven het nulpunt zodat je daar dan sneeuw- en ijsvrije stukjes krijgt. Helaas is zelfs de zomer op Antarctica niet altijd betrouwbaar. Zo kan op een zonnige dag het mosoppervlak een graad of dertig worden, maar is er vaak de volgende dag weer een sneeuwstorm met het kwik - soms ver - onder nul.
 
Antarctica is ook het hoogste Continent. De gemiddelde hoogte is 2500 meter. In Europa komen we zelfs met onze imposante Apen slechts uit op een schamele 350 meter boven zeeniveau.
 
 
3. Is er veel water op Antarctica? 

Ja en Nee

Antarctica bevat de grootste hoeveelheid zoetwater van alle werelddelen. Alleen je kunt er niet zo makkelijk bij. Het is keihard bevroren. Zo ongeveer 80 procent van al het zoete water op aarde bevindt zich hier in de vorm van ijs en sneeuw en is dus niet direct beschikbaar voor plant en dier. Als je het over stromend water hebt is, is Antarctica het droogste continent. Er is hier minder dan 200 millimeter neerslag gemiddeld per jaar. In de zomermaanden december, januari en februari smelt er in de kustgebieden voldoende sneeuw en ijs om mossen en korstmossen een kans te geven voor een korte groeispurt. Door de wereldwijde klimaatverandering, verandert ook het weer op de zuidpool. De effecten van klimaatsverandering zie je hier juist extra sterk – en daarom is het de moeite waard om dat onderzoek op zulke onbereikbare plekken te doen. Wij doen dat onder meer met een soort glazen kasjes, zonder dak. In deze zogenaamde ‘open top chambers’ wordt de temperatuur net iets hoger dan de omgeving. Zo kunnen we onderzoeken wat het effect van een hogere temperatuur is op de planten en het bodemleven van de zuidpool.
 
 
4. Hoeveel mensen wonen er op Antarctica?

Erg weinig vaste bewoners

In de zomer zijn er wel zo’n 10.000 mensen te vinden op Antarctica. Nou ja, zoveel zijn dat er eigenlijk ook niet! Dit continent is namelijk twee keer zo groot als de Verenigde Staten – en daar wonen meer dan tweenonderdmiljoen mensen!
In de winter is het hier nog rustiger: maar zo’n 1000 onderzoekers en andere durfallen trotseren dan de kou en donkerte van de poolwinter met temperaturen tot -80 ºC en een nacht van vier maanden. Nu is het wel zo dat bijna alle ‘onderzoekstations’ aan de kust staan, en daar is het in de winter gemiddeld ‘maar’ zo’n -20 ºC. Eitje toch?
 
 
 
5. Wat is het grootste landroofdier in Antarctica? 

Een mijt: Gamasellus racovitzai

Dit roofdier is hooguit een millimeter lang. De mijten leven in grote aantallen bij elkaar tussen en onder de rotsen en het mos. Op een zonnige dag kun je ze over het mos zien rennen op zoek naar springstaarten, ook ongeveer een millimeter lang. Als het kouder is, zitten de roofmijten stil of banen ze zich een weg door het mos net onder het oppervlak, op zoek naar een prooi.
In zuidelijk Afrika zijn gnoes, zebra’s en giraffes de grote grazers en leeuwen en jachtluipaarden de roofdieren. In Antarctica zijn springstaarten de ‘grote’ grazers en mijten de leeuwen en de jachtluipaarden.
In tegenstelling tot op het land komen in de Zuidelijke Oceaan rond Antarctica diersoorten voor die tot de grootste ter wereld behoren. De blauwe vinvis is met 30 meter lengte en een gewicht van 180 ton zelfs groter dan de grootste dinosaurus. De Antarctische kabeljauw is gemiddeld 1,5 meter lang en 25 kilogram zwaar en de Patagonische tandvis kan meer dan twee meter lang worden. Vanwege de enorme voedselrijkdom behoren deze zeeën tot de soortenrijkste ter wereld en zijn veel soorten groter dan vergelijkbare soorten elders.
 
 
 
6. Wat leert Antarctica ons over het klimaat van vroeger?

De ijslaag is een soort klimaat-archief 

De ijslaag op Antarctica bereikt op sommige plaatsen een dikte van meer dan vier kilometer. Het diepst liggende ijs is wel 500.000 jaar oud. Onderzoekers zijn erin geslaagd tot op twee kilometer te boren en hebben zo ijs omhoog gehaald dat 220.000 jaar geleden gevormd is. In dat ijs zitten luchtbelletjes opgesloten die net zo oud zijn als het ijs zelf. Hieruit is gebleken dat de concentraties kooldioxide (CO2, koolzuurgas) in de huidige atmosfeer hoger zijn dan ze in de laatste 220.000 jaar ooit geweest zijn. Aangezien er een verband bestaat tussen de koolzuurgasconcentratie in de lucht en het klimaat op aarde, vertelt de CO2-concentratie in de luchtbelletjes ons iets over de geschiedenis van de atmosfeer en het klimaat op aarde.
 
 
 
7. Wie bestuurt Antarctica?

Niemand

Bijna 50 jaar geleden, op 23 juni 1961, werd het Antarctisch Verdrag (Antarctic Treaty) van kracht waarbij de twaalf landen die toen onderzoek deden in Antarctica de verhoudingen aldaar regelden. De belangrijkste afspraken waren dat het gebied alleen voor vreedzame en wetenschappelijke doeleinden zou worden gebruikt, iedereen toegang had tot elkaars onderzoekstations en onderzoekgegevens, de claims van zeven landen op een deel van Antarctica werden bevroren en het gebied werd gedemilitariseerd.
Sindsdien is het uitgebreid met onder andere het Protocol voor de Milieubescherming bij het Antarctisch Verdrag (1991). Nu hebben 28 landen stemrecht in de vergadering van de verdragstaten. België is een van de oorspronkelijke 12 ondertekenaars, Nederland kreeg stemrecht in 1990.
 
 
8. Hoe zit dat met het Ozongat boven Antarctica? En wie heeft daar eigenlijk last van? 

Zuidpoolplanten niet, die hebben zonnebrandcrème

Elk voorjaar (september/oktober) ontstaat er een plek in de stratosfeer (hogere luchtlaag) boven Antarctica met een sterk verminderde concentratie ozon. Dit ozongat boven Antarctica is een stuk groter dan het ozongat dat in ons voorjaar boven het Noordpoolgebied ontstaat. Het ozongat zorgt de ervoor dat er veel meer ultraviolette straling doordringt. Deze ultraviolette straling veroorzaakt schade aan het DNA van organismen en kan bij mensen tot huidkanker leiden. Onderzoekers op Antarctica moeten hun huid in die tijd dan ook extra goed beschermen door zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (30 of meer) te gebruiken.
Landplanten zijn beter in het trotseren van deze hoge doses UV: zij maken zelf allerlei beschermende stoffen aan. Onderzoek heeft uitgewezen dat de planten in Antarctica ook in staat zijn om gedurende de nacht een groot deel van de opgelopen DNA-schade te repareren. De verhoogde UV-straling door het ozongat, vormt daardoor geen ernstige bedreiging voor de Antarctische vegetatie. Meer informatie over het hoe en waarom van het gat in de ozonlaag boven Antarctica vind je op Wikipedia.
 
 
9. Wat voor planten groeien er op Antarctica?

Vooral lagere

De plantenwereld is in Antarctica anders dan we haar kennen in Europa. Er is maar een klein aantal soorten ‘hogere’ planten, zoals bloemplanten die zaden vormen. Er groeien vooral veel 'lagere' planten: ‘eenvoudig’ groen zoals mossen en korstmossen die gaan zaden krijgen maar sporen.
 
 
Aantal plantensoorten in Antarctische deelgebieden

Gebied
Korst-
mossen
Mossen
Lever-
mossen
Varens
Zaadplanten
Continentaal Antarctica
125
30
1
0
0
Antarctisch Schiereiland
150
75
25
0
2
Sub-Antarctische Eilanden
> 300
250
150
16
56

Door de mensen zijn wel bewust of per ongeluk enkele planten vanuit andere streken naar het Zuidpoolgebied gebracht. Wij hebben onderzoek gedaan welke van die ‘exotische’ planten het redden op Antarctica en wat de invloed daarvan is op de oorspronkelijk poolplanten.
 
 
10. Kun je makkelijk pinguïns zien in het Zuid-poolgebied?

Je struikelt erover

Nou, er komen daar een heel stel verschillende soorten voor! Van de grote keizerspinguïn tot de kleinere soorten zoals keelbandpinguïn. En kende je de macaronipinguïn al? Pinguïns komen alleen op het zuidelijk halfrond voor; en de grootste aantallen vinden we in Antarctica en op de eilanden in de buurt van dit koude continent. Als je het geluk hebt om bij een van de baaien te landen waar ze een broedkolonie hebben zie je ze bij duizenden tegelijk. En het leuke is, dat ze er niet snel vandoor gaan als er mensen aan land komen. Ze zijn niet bang en waggelen rustig rond.
 
 
Bonus vraag: Welk vervoermiddel kun je beter niet kiezen op Antarctica?
 
De snowcuiser: een kolossale mislukking
Tijdens de tweede expeditie van de Amerikaanse admiraal Richard Byrd ontstond bij zijn tweede man Thomas Poulter het idee om een voertuig te bouwen voor langdurige expedities over land. Dit voertuig, de Snow Cruiser, werd ontwikkeld en gebouwd in Chicago. Het was een gevaarte van 18 meter lang, 5 meter hoog en 6 meter breed. Het kon een vliegtuig meevoeren, had een actieradius van 8000 kilometer, bood leefruimte aan vijf personen en in de magazijnen kon voedsel voor een jaar worden meegenomen. Aangekomen in Antarctica (in 1939) reed het voertuig op eigen kracht van het bevoorradingsschip, om vervolgens hulpeloos in de sneeuw te blijven steken: de reusachtige banden boden te weinig grip en de motoren waren te zwak. Het voertuig werd in Antarctica achtergelaten en is nooit teruggevonden.
In 1999 speelde de Snow Cruiser nog eenmaal een glansrol, in de roman Atlantis ontdekt van Clive Cussler. Daarin nemen Dirk Pitt en zijn onafscheidelijke metgezel Al Giordino het in Antarctica op tegen een groep gewapende slechteriken, daarbij gebruikmakend van de net opgegraven Snow Cruiser.
 
Voor het transport over land worden in Antarctica worden wel gewone sneeuwscooters gebruikt. Deze voertuigen hebben rupsbanden die veel grip op de sneeuw hebben.
 
  
De Zuidpoolvragen zijn samengesteld door dr. Ad Huiskes, drs. Stef Bokhorst en dr. Mark van de Wouw van de Unit for Polar Ecology van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) in Yerseke.