
Dossier: Klimaatverandering en planteninvasies
![]() |
Door de klimaatverandering wordt het langzaam maar zeker iets warmer in ons land. Hierdoor kunnen bomen en andere planten uit zuidelijkere landen naar ons land migreren. Een deel van de natuurlijke vijanden zal met de migrerende planten meetrekken, zoals rupsen en kevertjes. Maar hun ondergrondse belagers – denk aan kleine aaltjes en schimmels – zullen in veel gevallen niet meteen mee migreren.
Hierdoor hebben de voor ons land nieuwe planten in eerste instantie veel minder natuurlijke vijanden, waardoor zij sterk kunnen gaan woekeren. Zulke invasies van exotische planten kunnen een bedreiging vormen voor de bestaande inheemse planten. Tot nu toe kwamen de meeste invasies van andere continenten. Door het veranderende klimaat zou het heel goed kunnen dat toekomstige invasies veelvuldig uit Zuid-Europa zullen komen.
Onderzoek
De werkgroep Multitrofe Interacties doet uitgebreid onderzoek naar biologische invasies. Werkgroepleider prof.dr.ir. Wim van der Putten heeft een 2004 een Vici-subsidie gekregen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) om het oprukken van bomen en andere planten van het zuiden naar het noorden te bestuderen. Zulk fundamenteel onderzoek is belangrijk voor natuurbeheer, duurzame landbouw en gewasbescherming die te maken zullen krijgen met plantinvasies door het veranderende klimaat. De alarmerende vaststelling dat we in de nabije toekomst meer invasies kunnen verwachten als gevolg van de klimaatverandering is in november 2008 gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijke blad Nature. Zie het persbericht daarover.
Bij het onderzoek naar klimaatsverandering en plantinvasies is het belangrijk om te kunnen voorspellen welke soorten, die vanuit het Zuiden naar het Noorden van Europa oprukken, zich zullen ontpoppen tot woekeraars. Daarbij kan veel geleerd worden van exoten die in het verleden met behulp van mensen naar ons land zijn gebracht en bij ons een ware plaag zijn geworden.
Bospest
Een goed bestudeerd voorbeeld daarvan is de Amerikaanse vogelkers; beter bekend als ‘bospest’. Prof. Van der Putten bestudeerde samen met Amerikaanse collega’s de rol van bodemziektes bij de Amerikaanse vogelkers. In Amerika, waar de boom van nature voorkomt, zorgen ziekteverwekkende bodemschimmels onder de boom dat de kiemplanten afsterven. Daardoor blijft de vogelkerspopulatie in Amerika van beperkte omvang. In Nederland, waar de Amerikaanse vogelkers de afgelopen eeuw is ingevoerd met de bedoeling de ondergroei van bossen te verbeteren, is de boom enorm gaan woekeren. Overal doken zaailingen op die uitgroeiden tot boompjes. Bosbeheerders moeten de jonge boompjes regelmatig weghalen om te zorgen dat hun bossen niet dichtgroeien met de ‘bospest’. Als die niet regelmatig zouden zijn weggehaald, was het hele bos dichtgegroeid. Zie verder artikel over de invasie van de vogelkers.
Een ander goed voorbeeld is de avondkoekoeksbloem. Deze in Europa inheemse plant stak 200 jaar geleden met graanschepen de Atlantische oceaan over naar Amerika. Daar heeft het een karakterverandering ondergaan en is het uitgegroeid tot een geducht Amerikaans onkruid. Zie verder artikel over de avondkoekoeksbloem.
Berenklauw
Daarnaast worden diverse experimenten gedaan bij koppels van verwante planten: de ene soort is inheems, de ander is ‘nieuw’. De gewone berenklauw en de reuzenberenklauw vormen een goed voorbeeld. De reuzenberenklauw is een notoire woekeraar, de gewone berenklauw daarentegen een normaal kruid. Bij het onderzoek worden alle verschillen tussen de twee verwante soorten onder de loep genomen en vooral gekeken hoe ze hun energie verdelen tussen groei en verdediging? Zo wil de werkgroep er achter komen welke factor doorslaggevend is voor het invasieve karakter.
Meer info
Veel informatie over biologische invasies is te vinden in de oratie van prof. Van der Putten: ‘Biodiversiteit: onzichtbare interacties’, uitgesproken bij de aanvaarding van zijn ambt als bijzonder hoogleraar functionele biodiversiteit met bijzondere aandacht voor de rol van nematoden in multitrofe interacties aan Wageningen Universiteit (WUR). (Zie bijlage onderaan de pagina).
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| oratiewimvanderputten2004.pdf | 182.33 KB |
