
Dagboek Antarctica, zomer 2008
Deze expeditie bestond uit twee onderzoeksprojecten. Het één draait om klimaatveranderingen op de Zuidpool, het andere gaat over toerisme op de Zuidpool. In beide projecten is de centrale vraag: wat betekent dat voor het kwetsbare continent. de verdere uitleg van de projecten is te vinden op: http://pooljaar.nl/stofzuigers/over-deze-expeditie
Het complete web log met videofragmenten van Ad Huiskes, Hans Francke en Jelte Rozema over deze expeditie is te vinden op de website van het VPRO-programma Noorderlicht: http://pooljaar.nl/stofzuigers
Vier fragmenten daaruit hebben we hieronder opgenomen:
19 januari 2008: Zeeolifant kaapt boot
Onze proefopstelling, de verzameling ‘open-top-kamers’ met alle meetapparatuur staat op Anchorage Eiland, zo’n kilometer of vijf ten zuiden van Rothera. Daar moet je met de boot naar toe. Die boten zijn grote rubberboten met een krachtige buitenboordmotor. Geen probleem dus. De laatste jaren is het aantal zeeolifanten in het gebied fors toegenomen, tien jaar geleden kwamen ze alleen op Jenny Eiland voor, nu op bijna alle eilanden in de baai. Dat maakt landen wat ingewikkeld: mensen en spullen afzetten op het strand, bootje zo’n tien meter van de wal voor anker leggen. Daar ligt het veilig voor een eventuele nieuwsgierige zeeolifant ...
... Ha, tot nu toe dan toch! Een zeeolifant had zich van onze boot meester gemaakt. Aan beide kanten de achterpunt kapot gebeten (zou-ie dat eerder gedaan hebben?), zodat de boot van achteren onder water kwam te liggen, zodat je er makkelijk in kon. Nog best even moeilijk om de boot weer terug te vorderen en te repareren. Met de SAR-boot (wat staat voor ‘Search and Rescue’, zeg maar de plaatselijke reddingboot) langszij zijn we weer veilig thuisgekomen.
22 januari 2008: Veldwerk onder het gekrijs van skua's
Onze 'open-top-kamers' (broeikassen) staan op Anchorage Eiland. Twaalf broeikassen en twaalf gemarkeerde plots (stukjes grond) met dezelfde vegetatie zonder broeikassen ter vergelijking. In iedere broeikas en vergelijkingsplot staan allemaal sensors om temperatuur, vocht, en licht te meten.
De gegevens daarvan worden ieder uur automatisch gemeten en opgeslagen in het geheugen van een zogenaamde datalogger. Die gegevens moeten ieder jaar worden overgenomen op een computer, zodat het geheugen van de datalogger weer leeg is voor de gegevens van een volgend jaar. In een normaal veldseizoen doen we dan ook nog allerlei metingen aan mossen en korstmossen maar dit jaar niet, de tijd was gewoon te kort. Wel moesten we groot onderhoud plegen: de kisten met accu’s waren erg slecht, sommige temperatuursensors waren kapot, enzovoort. Begeleid door het gekrijs van nestelende skua’s en in een schitterende omgeving met prachtig weer is dat niet onplezierig om te doen.
25 januari 2008: Antarctica is prachtig, wij verwaarloosbaar
Wie denkt dat Antarctica alleen maar sneeuw en ijs is, heeft het mis. Statige bergen, prachtig blauwe zee, en overal waar je kijkt zie je planten en dieren. Genoeg moois om uren video te maken en duizenden foto’s. Hebben we dan ook gedaan, Hans voornamelijk. Majestueus, is het woord dat hier past. “We zijn hier maar bezoekers”, zegt Sieglinde, een Duitse collega die hier ook onderzoek doet. En dat is waar, je voelt je hier verwaarloosbaar, een indringer zelfs.
Als we dit schrijven zitten we in Punta Arenas en is de eerste etappe voorbij. Op 26 januari gaan we naar de Falkland Eilanden; in de tussentijd gaan we wat van Patagonië zien.
2 februari 2008: De Falklands, vol schapen en Britse militairen
Het tweede deel van onze veldwerkperiode speelt zich af op de Falklandeilanden. Sommige wetenschappers noemen de Falklands ‘mild-Antarctisch’ en daar is wat voor te zeggen: het gras en het parelkruid, die in Antarctica de enige zaadplanten zijn, komen ook hier voor, net als een aantal mossen en korstmossen. Ook een aantal vogelsoorten vind je in beide gebieden. Maar wat het landschap betreft lijken ze totaal niet op elkaar. Hier heb je begroeide heuvels (van nature zonder bomen, die er zijn, zijn aangeplant) en enkel in de winter zo nu en dan een beetje sneeuw.
Er zijn ongeveer tweeduizend Falklandeilanders. Er werken ook een paar honderd buitenlanders en sinds de Falklandoorlog (1982, hier hardnekkig ‘The Conflict’ genoemd) ook nog eens 2500 Britse militairen en verder koeien en schapen, vooral veel schapen, echt ongelofelijk veel schapen. Stanley is de hoofdstad met alle voorzieningen, de rest van de eilanden (zo groot als half Nederland) bestaat uit ‘Camp’ (veld) met kleine nederzettingen met (veel) minder dan 100 inwoners.
We wonen deze drie weken in San Carlos, in een huisje van Terence en Sheila, bij wie we ook eten. San Carlos is drie uur rijden van Stanley; Brenton Loch, waar onze open-top-kamers staan, is dan nog eens anderhalf uur verderop. De natuur is hier groots. En een wandelingetje langs Stanley Harbour levert al een heleboel mooie shots op van allerlei vogels, die meestal helemaal niet schuw zijn.
Door Ad Huiskes, senior-onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Ecologie, Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie, werkgroep Ruimtelijke Ecologie te Yerseke.
